Verslag Tabe Tietema 2010

Sinds 2009 is Milieucentrum Utrecht betrokken bij het Klimaatbos-León project. Deze betrokkenheid is tweeledig; het monitoren en bosbouwkundig begeleiden van het project in León én het uitdragen van de boodschap van het Klimaatbosproject naar de Utrechtse bevolking toe. Tabe Tietema was als bioloog, secretaris van twee platforms, en projectmedewerker in dienst bij Milieucentrum Utrecht en betrokken bij het Klimaatbos in León.

 

Dinsdag 23 november 2010

Beste allemaal,

Vandaag was het weer zo’n dag dat alles goed zou gaan, maar dat niet doet.
Vanochtend ging ik eerst met Carlos Menendez op pad. Hij dreigde even naar de verkeerde boerderij te gaan, maar toen mijn ongenoegen daarover duidelijk werd, gingen we toch naar de goede. Weer zo’n geval waarbij kreupel Spaans niet echt handig is. Mijn enige troost daarbij is, dat Edmond het ook zwaar heeft met het begrijpen van de heren en hun binnensmondse wijze van spreken. De boerderij waar ik heen wilde was die van Rigoberta Garcia. Toen we daar de vorige week waren hadden we niet de goede spullen bij ons voor de metingen en het resultaat van onze improvisaties vertrouwde ik niet. Bleek terecht; de gemiddelde biomassa per teakboom in het plot zakte van 192 kg vers gewicht naar 157 kg vers gewicht. Dat is toch meer dan een slok op een borrel. Het blijft dus opletten geblazen.
Op de vlakte tussen de weg naar Managua en de Stille Oceaan bezochten we eveneens een groot bedrijf. Daar was een voormalig grasland in juni dit jaar ingeplant met teakboompjes; hebben we maar niet gemeten; ik heb al genoeg cijfertjes van kleine teakboompjes.
Het volgende bedrijf was dat van een buurman. Na wat geslinger en het oversteken van diverse beken eindigden we voor een nogal gammel ogend bruggetje. Zelfs de chauffeur is uitgestapt om het eerst eens beter te bekijken. Toen bleek dat het doel maar een paar honderd meter verder lag, heb ik de knoop doorgehakt en gezegd dat ik vond dat we geen risico moesten nemen en dat we verder gingen lopen. Deze finça, Finça del Caballo Blanco, bestond uit een licht glooiend grasland met verspreid staande bomen. Er liepen wat paarden rond en het geheel was ingeplant met Pochote-boompjes in een verband van 3 X 3 meter. Het was een beetje een ontmoedigende toestand, gisteren zagen we Pochotes van dezelfde leeftijd van tot 1,5 meter hoog. Hier haalden ze met moeite 15 – 30 cm. Gevolg van arme en/of droge grond, wie zal het zeggen. Was trouwens een aparte toestand, op een afstand zag ik iets van een groot gebouw. Dacht de ruïne van een voormalig boerenhofstede; bleek nieuwbouw in ontwikkeling te zijn van de nieuwe (Italiaanse) eigenaren. Je vraagt je af wat die nu weer hier te zoeken hebben.
Terug via DIA, waar ik de secretaresse liet weten dat ik vanaf half drie klaar zou zitten om met Gilberto naar de Universiteit te gaan. Ik was nog niet op mijn hotelkamer toen een chauffeur kwam melden dat dit niet doorging en dat de afspraak verplaatst was naar vrijdagochtend om 8 uur. Leuk bedacht, maar mijn vliegtuig terug naar Nederland vertrekt om kwart voor acht die ochtend. Heb hem opgebeld om het probleem onder de aandacht te brengen maar het is nu 10 uur ’s avonds en heb nog steeds niets gehoord en Gilberto’s mobiel staat uit. Dat zijn grappen die je behoorlijk aan de grens van je frustratiedrempel brengen. Maar goed, morgen zie ik wel weer verder.

Groeten, Tabe


Maandag 22 november 2010

Vandaag weer twee boerenbedrijven bezocht. Drie op een dag is fysiek wel een grote inspanning. Vanmorgen was ik aangenaam verrast dat Carlos Menendez me ophaalde samen met een chauffeur en een hulpje maar helaas zonder vertaler.
Dit was even slikken.

Maar vooruit we gingen op pad. Het werd een aardige trip. De twee velden die we bezochten lagen in het gebied waar we vorig jaar ook zijn geweest. Het eerste veld is van de familie Nestor Salgado Moreno. Op vier en een halve hectare is daar een half jaar geleden Pochote en Laurier aangeplant. Het ziet er mooi uit. Het probleem was wel dat het veld een bodem heeft die letterlijk van los zand aan elkaar hangt en daardoor zeer erosie gevoelig is. De consequentie daarvan is dat je erg voorzichtig moet zijn met onkruid wieden. Het beste is om het gewoon te maaien zodat de wortels in de bodem blijven.
Op die manier versnelt de waterinfiltratie wanneer het regent en tegelijkertijd is er altijd een bescheiden bodembedekking die ervoor zorgt dat de eerste afstroom van het water bij regenval wordt afgeremd.

Mevrouw Salgado Moreno begeleide ons bij het bezoek aan het veld. Zij heeft ooit tien jaar in New York gewoond en spreekt daardoor goed Engels. Zij heeft zeker oren naar een andere aanpak van het onkruid probleem. Carlos dacht hier wat conservatiever over. Hij begon ons meteen uit te leggen waarom het beter is als de bestaande aanpak wordt gehandhaafd. Zo flexibel als een spoorbiels, het zal moeilijk worden hem op andere gedachten te brengen.
Carlos is een apart figuur. Hij heeft van het moment af dat we gingen rijden een continue monoloog gehouden over onderwerpen die mij voor 99% zijn ontgingen. Zoiets als een radio op de werkvloer die aanstaat maar waar niemand naar luistert. Als hij tegen mij sprak dan praatte hij steeds harder. Hij had niet door dat ik hem slecht verstond doordat hij grote delen van zijn woorden in slikte. Ondanks deze kleine probleempjes verliep de dag gemoedelijk en liep de communicatie redelijk.

Het tweede veld dat we bezochten was een grote verrassing. Het bleek het veld te zijn van Antonio Trinidad Gonzalez, het veld dat we vorig jaar als eerste hebben bezocht. Het was leuk om elkaar terug te zien. Het veld lag er weer keurig bij en de bomen groeien goed. Maar ook hier hebben de potlood grijze veelvraat rupsen behoorlijk huis gehouden in de Ceder en Caoba bomen.
Ik denk dat dit een probleem is waar de bomen op zeker moment overheen moeten groeien. Vanavond met Edmond in de stad gegeten en elkaar’s wederwaardigheden uitgewisseld.

Zo, dat was het voor vandaag, groeten en tot morgen,

Tabe


Zondag 21 november 2010

Stadsimpressies.

Als je vandaag in León een bank had willen beroven, dan had dit prima gekund tussen tien uur en half twaalf ‘s morgens. Ik liep rond half elf langs de kathedraal en hoorde dat er een dienst gaande was. Een keer binnen was het lastig een plek te vinden want de kerk zat helemaal vol en de hele rechter helft was blauw gekleurd van de politie hemden. Er werd net een lied gezongen dat op mij overkwam als een strijdlied of een volkslied. Ik vroeg mij af of ik in een gedenkdienst terecht was gekomen ter nagedachtenis van een politieagent die eerder deze week was omgekomen bij een treffen met drugssmokkelaars. Maar bij nader inzien was dat niet zo. Het was de aanloop naar de hoogmis die door de bisschop van León werd opgedragen.

Toen ik na afloop van de dienst buitenkwam, bleek dat de agenten hun motoren voor de hoofdingang van de kerk op het plein in de brandende zon hadden geparkeerd. Je kunt je het vervolgprobleem voorstellen als je bij buitenkomst op het mooie glimmend zwarte zadel van je motorfiets gaat zitten. Ik vond het een komisch gezicht om de heren bezig te zien met flesjes water om de zadels te koelen om te voorkomen dat hun edele delen op omeletten zouden gaan lijken.
Persoonlijk zou ik mijn motor liever onder een boom zetten en een paar meter verder lopen om in de kerk te komen. Maar hier werkt dat niet. Het valt me op, dat mensen niet op het idee komen dat 50 meter lopen makkelijker en sneller gaat dan met de auto vier blokken omrijden. Uiteraard passen dit soort gedachten beter bij de milieu nerd dan bij de zelfbewuste macho met grote auto.

Tot slot voor vandaag nog een ander milieu itempje.
De inrichting van het lokale elektriciteitsysteem hier is interessant. De gemiddelde wietteler in Nederland zou er zijn vingers bij aflikken. Alle draden lopen bovengronds en de meters hangen gewoon buiten op lantaarnpalen of gevels. Het hoofdsysteem bestaat uit betonnen palen waarin apparaten hangen die doen denken aan olievaten.
Later begreep ik dat dit transformatoren en condensatoren zijn, nodig om het net op de juiste spanning te houden. Vanuit deze elektriciteitspalen op straat gaan complete kluwens met draden naar de gebruikers via een meter.
Nu blijkt dat het elektriciteitsbedrijf een probleem heeft. Er wordt meer stroom geleverd dan er betaald wordt. De vraag is, zijn de meters niet goed, wordt er aan de meters geknoeid of zitten er gewoon lekken in het systeem.
Zoals een modern bedrijf betaamd doet het elektriciteitsbedrijf het nooit fout, het probleem moet dus bij de klant liggen. Daarom zijn inspectie ploegen op pad gestuurd om te kijken of de meters deugen en of er mee geknoeid is.
De consumentenorganisaties vertrouwden de inspecties niet en hebben bedongen dat de inspecties worden uitgevoerd door de overheid onder toezicht van het elektriciteitsbedrijf.

De inspectie is nog maar net gestart, maar de eerste resultaten leiden al tot conflicten tussen overheid en het elektriciteitsbedrijf, dat zich te veel met de uitvoering bemoeid en te weinig met toezicht. De mensen hier vertrouwen het voor geen cent en beginnen de inspectieploegen de toegang te weigeren. Kortom een prachtige bron voor trammelant en ook een mooi onderwerp voor de verkiezingsstrijd van de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen.

Groeten, Tabe


Zaterdag 20 november 2010

Vandaag is het zaterdag en hebben we een toeristisch uitstapje gepland. Om acht uur zouden Edmond en ik door Gilberto bij mijn hotel worden opgehaald, voor een dagtochtje naar Granada. Dat ligt ten zuiden van Managua aan de oever van het Nicaragua meer. Om tien voor half negen kwam Edmond binnen met het bericht dat er iets tussen gekomen was en dat het negen uur zou worden.

Wat er tussen kwam is me nog steeds niet helder. Er werd een beetje ontwijkend over gedaan. Rond half elf besloten Edmond en ik in een café koffie te gaan drinken. We stuurden Gilberto een sms zodat hij ons wist te vinden. De koffie stond net voor onze neus, toen we een smsje van Gilberto, die in het hotel stond, en een telefoontje van Carlos Somariba, die naar ons op zoek was, kregen. De reis naar Granada kon alsnog beginnen na twee en een half uur vertraging! Toen we in de buurt van Granada waren, sloegen we plotseling af en reden het Masaya Vulcano National Park binnen.
Ik was blij verrast want ik had me er op ingesteld in de stad rond te kijken.

Het Masaya Vulkaan park is heel groot. Als je eenmaal boven bent springt als eerste de enorme krater van de vulkaan Nindiri in het oog. De krater is meer dan 500 meter diep en actief. Er stijgen voortdurend wisselende gas- en rookwolken uit omhoog. Een indrukwekkend gezicht. Auto’s moeten met de achterkant naar de vulkaan toe worden geparkeerd. Ik denk dat de reden hiervan is dat men snel kan vertrekken in geval van een heviger uitbarsting. Op die manier verlies je geen tijd met het omdraaien van de auto.

Een stuk hoger dan de Nindiri krater ligt de Masaya krater. Deze krater is in ruste. Hij is 200 meter diep en van binnen al begroeid met gras en bomen. Als je boven op de Masaya krater staat en om je heen kijkt valt het op, dat het gebied bezaaid is met een grote hoeveelheid van kraters en lavavelden. In feite sta je daar in een enorme krater, die helemaal is volgestroomd met lava waarbinnen de Masaya en de Nindiri nieuwe actieve kraters hebben gevormd. Een ongelofelijk indrukwekkende ervaring en heel jammer dat we daar maar zo kort konden blijven.

Na de vulkanen ging de reis, via een of andere nogal toeristische markt, naar een autostop op een hoog gelegen punt, waar we uitkeken over een prachtig groot kratermeer. In de verte lagen Granada en het meer van Nicaragua. Prachtig om te zien. Daar hebben we wat gegeten en ons daarna, voor de terugweg, weer in het verkeer gestort. Een rit van ongeveer twee en een half uur. Deze dag was de moeite waard, maar het was wel een lange dag van acht uur ‘s morgens tot negen uur 's avonds.

Groeten en tot morgen,

Tabe


 

Vrijdag 19 november 2010

Vandaag gingen we terug naar de velden van Pedro Blandon, op de teak plantage Maria Ernestina, die we afgelopen maandag bezochten. Het doel was dit keer zoveel mogelijk biomassa gegevens te verzamelen van de bomen op de plantage.
Deze bomen variëren in leeftijd van 1 tot 10 jaar. Hierdoor kunnen we een goede indruk krijgen van hoe de bomen het op termijn doen. We proberen een inschatting te maken van de toekomst verwachtingen voor deze bomen.
Ik heb vandaag assistentie gekregen van de tolk Manuel Silva waarmee ik vorig jaar al eerder heb samengewerkt. Zijn bijdrage maakte de communicatie een stuk makkelijker. Speciaal voor dit project volgde ik Spaanse lessen. Het is een mooie taal, maar het gemakkelijk spreken en vooral verstaan en begrijpen is toch nog steeds een probleem. Tegelijkertijd moet ik zeggen, dat ik me er wel steeds gemakkelijker in begin uit te drukken. Er zit vooruitgang in.

Vandaag werd het werk begeleid door de manager van de boerderij señor Listoribia Gonzalez. Hij liep voor ons uit om het onkruid rond de stambasis te verwijderen, zodat Carlos daar makkelijk bij kon om de stamomvang te meten.
In de loop van de dag hebben we diverse discussies gehad over het beheerbeleid op de plantage en wat je wel of niet zou moeten doen. Al in een vroeg stadium wordt hier bijvoorbeeld blad van de bomen gesnoeid om een mooie stamvorming te bevorderen. In mijn visie wordt dan niet voldoende rekening gehouden met het feit dat je hierdoor de groei enorm beperkt. De bladsnoei is trouwens aanbevolen door de Amerikanen van het Reto del Millenium project. Ik denk hier echter anders over.

Aan het eind van het bezoek heb ik señor Listerobia Gonzalez gevraagd hoe hij tegen de bosaanplant aankijkt en wat hij ervan vindt dat we het project in Utrecht Klimaatbos León noemen.
Hij keek daar wel een beetje vreemd van op. Wat hem betreft is het bos primair bedoeld om de bodem bij elkaar te houden en schaduw aan de koeien te geven. Daarnaast is hij van mening dat het in ieder geval goed is dat de bomen zorgen voor een betere waterhuishouding van de bodem en daardoor ook zorgen voor een beter lokaal klimaat. Het CO2 aspect was in die zin een beetje een ver van zijn bed aspect.
Aansluitend hebben we een mislukt project bezocht. Dit is ook leerzaam. Het ging om een plantage van 10 ha. Ingeplant met boompjes die tijdens de regentijd praktisch allemaal verdronken en weggerot zijn. Alleen van de ingeplante Laurier stonden er nog een aantal. Het probleem wordt geweten aan de slechte drainage van de grond. Wat ik niet snap is hoe ze dan in de jaren voor de bosaanplant wel katoen en maïs konden telen op die velden. Dit zijn namelijk beiden gewassen die ook niet van natte voeten houden.

’s Middags geluncht bij Gilberto thuis. Hij is de baas van Fundacion DIA. Daarna heb ik de verzamelde gegevens uitgewerkt. Met Edmond de voortgang besproken en deze blog geschreven. Morgen neemt Gilberto ons mee op een toeristisch uitstapje. We gaan, als de plannen tenminste niet gewijzigd zijn, een bezoek brengen aan Granada. Dat ligt ten zuiden van Managua aan het meer van Nicaragua. Ben benieuwd.

Groeten, Tabe.


 

Donderdag 18 november 2010

Vandaag stond een bezoek aan drie boerenbedrijven op het programma dit zijn er twee geworden wegens tijdgebrek. Het eerste bedrijf was de plantage waar Juanita woont. Dit is het kleine meisje dat bekend is van de foto’s die werden gepubliceerd in de millenniumkrant van dit jaar. Juanita figureert in dit project als maatstok voor de groei van de bomen.
In het echt is ze kleiner dan ik dacht. Haar familie was erg blij met de kopie van de krant, die we voor ze hadden meegenomen. De jonge aanplant doet het helaas niet zo goed hier. De boompjes hebben kennelijk een zwaar bestaan en groeien niet echt hard.
Dit kan met meerdere factoren te maken hebben, maar tot noch toe springt één aspect nogal in het oog. De boompjes worden geplaagd door een insect waarvan de larven, een soort grafiet grijze rupsen, zich door de stam naar beneden boren. De nog dunne stammen zijn kwetsbaarder dan die van wat grotere bomen en worden flink aangetast. Op dit moment heb ik nog geen pasklare oplossing voor dit probleem.

De tweede boer die we bezochten had een duidelijke visie op zijn bedrijf. Het bos is de primaire bron van inkomsten voor het gezin voor nu en in de toekomst. Zijn opgroeiende zoon die later meubelmaker kon worden zou het hout uit de plantage gaan betrekken. Hij was dan ook actief bezig om de aanplant op alternatieve manieren te vergroten buiten dit project om. Hij had een groot aantal Laurier kiemplantjes uit natuurlijke bestanden verzameld en op zijn plantage geplant. Daarnaast deed hij steekproeven met het stekken van Pochote, Gewoon een stuk stam in de grond steken en ja dit slaat aan! Een boeiende aanpak, leuk om te zien.

Vanmiddag heb ik aan de metingen van de afgelopen dagen zitten werken. Het ziet er goed uit en er beginnen keurige groeilijnen te verschijnen. Voor definitieve voorspellingen is het in dit stadium echter nog te vroeg.

Even nog een milieu impressie van meer algemene aard. Gisteren passeerde ik de rivier die door het centrum van León stroomt. Precies op het punt waar een stroomversnelling zit. Het effect was een gigantische schuimmassa zover als je kon kijken de rivier af. Volgens Carlos Somariba is dat schuim het gevolg van het lozen van afvalwater van de wasserijen in de stad. Als je naast de rivier staat is het trouwens ook duidelijk dat dit niet de enige reden kan zijn. Het ding stinkt, zoals de Geleenbeek in Heerlen in de jaren vijftig deed. Ook eerder deze week, viel het me op dat in de nieuwe wijk León Zuid Oost grote hoeveelheden huisvuil simpelweg in het open veld en op de wegberm gedumpt worden. Op het platteland gebeurt dat eigenlijk nauwelijks. Daar wordt het afval in kleine hoeveelheden dagelijks verbrand.

Zo, dat was het weer voor vandaag. Er was juist een onweer losgebroken, maar de hoosbui is nu over en ik kan weer naar buiten. Hoewel het officieel het droge seizoen is, regent het nog vaak en is het regelmatig zwaar bewolkt.

Groeten, Tabe.


Woensdag 17 november 2010

Vandaag een groot boerenbedrijf bezocht. Vorig jaar bezochten we dit bedrijf ook. De aanplant zag er over het geheel genomen goed uit. Vreemd was het wel dat de teakaanplant die vorig jaar vijf jaar oud was, nu opeens zeven jaar oud zou zijn. Dit ga ik even nazoeken. Samen met Carlos Somariba heb ik een bemonstering ronde gedaan en op het eerste gezicht zien ook de resultaten daarvan er goed uit.

Inmiddels ontdekt waar de gezamenlijk geplante klimaatboom staat en waarom die eerder onvindbaar was. Ik was er al uitgebreid omheen gelopen, maar had hem gewoon niet als een klimaatboom herkend. Nu blijkt dat in León een regel bestaat, dat je in de stad geen ‘bos boom’ mag planten, is er een alternatief op gevonden. In het plantsoentje, midden op het plein tegenover de kathedraal en het gemeentehuis is een rijtje Cotoneasters geplant, type Variegata. Die had ik niet als "boom" herkend. Ze zijn trouwens ook maar ca. 50 cm hoog. Hierdoor ga je al helemaal niet uit van een boom. Trouwens opmerkelijk, dat je door deze regelgeving in de stad überhaupt geen bomen aan kunt planten. Ik heb vernomen dat de Alcalde (burgemeester) bezig is om hier verandering in te brengen.

Eén van mijn opdrachten was om informatie in te winnen over hoe Nicaragua omgaat met CO2 vermindering in eigen land. Die informatie heeft vandaag een flinke boost gekregen. Nicaragua is betrokken bij het Energie en milieu Partnerschap tussen de EU en de landen in Centraal America. De energieopwekking in Nicaragua is voor het merendeel nog gebaseerd op fossiele brandstof. De regering wil daar op korte termijn, binnen tien tot vijftien jaar vanaf. Over 15 jaar wil het land voor 80% energie winnen uit hernieuwbare energiebronnen. Daarbij moet gedacht worden aan waterkracht in het stroomgebied van de rivieren die op de Caraïbische zee afwateren en aan het gebruiken van geothermische warmte bronnen. Het land is dan ook rijk aan vulkanen. De ontwikkeling van dit energie beleid gebeurd voor een groot deel in samenwerking met Brazilië. Tevens wordt er op beperkte schaal gekeken naar de mogelijkheden van windmolens. De eerste pilot-projecten met geothermische warmte lopen al.
Hoe op dit moment praktisch wordt omgegaan met energiebesparing is mij nog niet duidelijk. Gloeilampen zijn in ieder geval redelijk zeldzaam. Heel Leon hangt vol met tl lampen. In het hotel zijn wel overal de gloeilampen door spaarlampen vervangen en de warmwatervoorziening loopt op zonne-energie.
Morgen weer het veld in dan staat een bezoek aan een drietal kleinere boerenbedrijven op het programma. 's Avonds zijn Edmond en ik uitgenodigd om bij Gilberto thuis te komen eten. Lijkt me leuk en het is weer eens iets anders dan het hotel.

Groeten Tabe.


Dinsdag 16 november 2010

Vanochtend om acht uur zat ik keurig op tijd klaar om opgehaald te worden voor het tweede veldbezoek. Maar ja, het werd dus negen uur. Een typisch voorbeeld van een situatie die het dragen van je ziel in lijdzaamheid bevordert. Redenen waren logistieke problemen en enige last minute veranderingen in het programma. Er was nog even sprake van geweest dat ik achterop de motor met Carlos Melendez het veld in zou moeten, maar dat heb ik kunnen afhouden. Ik ben al blij als we met de auto zonder kleerscheuren door het verkeer komen; op zo'n motor wordt dat toch een veel kwetsbaarder verhaal.
In het veld aangekomen (met Carlos Somariba), was Carlos Melendez al druk bezig met zijn monitoringswerk. Hij reist alle plantages af, inspecteert de onderhoudsstatus en monitort op beperkte mate de groei; op dit moment alleen de hoogte van de boompjes. Het was in dit geval duidelijk dat de bomen het aardig deden, maar het "onkruid" ook. Sommige ceder-boompjes waren daardoor al in een soort S-bocht gegroeid, omdat de groeitop van de boom werd vastgehouden door klimmend onkruid. Het veld naast de boompjes was ingeplant met sesamzaad.
Samen met Carlos Somariba heb ik een bemonsteringsronde gedaan over het veld. Het gaat daarbij om het uittesten van de bruikbaarheid van een meetmethode die ik in Afrika heb ontwikkeld. Die methode maakt het mogelijk om al in een vroeg stadium uitspraken te doen over de groeisnelheid van de boompjes en waardoor je dus in een vroeg stadium kunt zien of je plantage groeit volgens verwachting, of dat je moet ingrijpen om zaken te verbeteren. Ik moet de resultaten van vandaag nog uitwerken, maar Edmond, die bezig is met het maken van de monitoringsprotocollen, wordt al helemaal enthousiast bij het idee dat we wellicht nu al groeivoorspellingen op locatie kunnen doen voor een periode van tot 10 jaar, althans voor sommige boomsoorten en sommige lokaties. Wordt vervolgd.

Ik ben ook begonnen met een rondvraag naar andere aspecten van energie in León. Wat het meest direct aansluit, is natuurlijk de handel in brandhout. Het schijnt dat je daarvoor een vergunning nodig hebt. Naar ik nu begrijp, geeft de gemeente León slechts 4 vergunningen af voor de oogst en de handel in brandhout. Je zou denken dat dit tot een soort monopoliepositie voor een zeer beperkt aantal lieden leidt, maar als je om je heen kijkt en je ziet een veelheid van mensen die kennelijk in hun levensonderhoud voorzien door middel van de handel in brandhout, kun je slechts tot de conclusie komen dat Nederland niet het enige land in de wereld is waar het gedogen een dagelijkse praktijk is.

Overigens, de klimaatboom van León heb ik nog niet gevonden.

Morgenochtend ga ik de volgende velden af en 's middags naar een paar overheidsinstellingen.

Groeten, Tabe


Maandag 15 november 2010

Beste allemaal,
Na een reis van circa 24 uur ben ik zondagnacht 12.00 uur (7.00 maandagochtend bij jullie) aangekomen in mijn hotel in León.
Op zich een vertrouwde omgeving en in vergelijking met vorig jaar ging de communicatie met de lokalen in het Spaans aanmerkelijk beter dan vorig jaar. Gaat nog niet echt soepel, maar de Spaanse cursussen hebben duidelijk wel effect gehad.
Maandagmiddag om twee uur zou ik opgehaald worden voor een eerste gesprek om het programma verder vast te stellen. Werd dus 14.30 uur, mag ik niks van zeggen want bij mij gaat er ook vaak wat mis. Het bleek dat het programma inmiddels alweer veranderd was; er was opeens een bezoek aan een boer gepland. Wel één waar ik toch al naartoe wilde dus geen probleem. Was een betrekkelijk grote boer, met een aanplant over meerdere jaren. Maar ook met een technisch probleem; in de jongste aanplant (drie - vier maanden oud) hingen de op een na jongste bladeren slap; hoe komt dat? Antwoord geen idee, maar we kijken ernaar. Wel een interessante plantage.
Gaan vrijdag terug voor een uitgebreider bezoek. Diezelfde middag was ook Edmond Muller van Forest Sense aanwezig; heel praktisch, want zijn Spaans is stukken beter dan het mijne en ik denk dat we in combinatie een heel eind komen. Edmond is hier om de protocollen te maken, die nodig zijn voor de registratie van de plantagevelden voor de CO2-compensatiecertificering. Dat is belangrijk om langs die lijn extra geld voor de boeren los te krijgen, wat de hele operatie economisch haalbaar maakt.
Dat was het voor vandaag. Dinsdagochtend word ik om 8 uur opgehaald om een andere boer te bezoeken; aansluitend ‘s middags een bezoek aan een van de overheidsinstellingen.

Groeten, Tabe

  Masaya Vulcano National Park